standaard groter grootst
print
Interview

Thuis voelen: naasten en verpleeghuis als bondgenoten in de zorg

Hetti Willemse & Tineke van den Klinkenberg

‘Niemand kiest ervoor zorg te krijgen. Zorg heb je nodig. Maar tegelijkertijd krijg je maar een beperkt aantal uren zorg per dag. De rest van de dag wil je jouw leven op jouw manier voortzetten. Helaas kan dat nog niet overal.’ Aan het woord zijn ILC Zorg voor Later bestuursleden Tineke van den Klinkenberg en Hetti Willemse, auteurs van de praktijkgids Thuis Voelen. Gids voor naasten en verpleeghuis als bondgenoten in waardige zorg. Een gids vol praktische tips voor naasten en medewerkers in de ouderenzorg. Het verpleeghuis is voor naasten een vreemde situatie, maar tegelijkertijd ook de thuissituatie van degene die hen dierbaar is. Daarom hebben Klinkenberg en Willemse het boekje Thuis Voelen genoemd: ‘Niet alleen de bewoners, maar ook hun naasten moeten zich er thuis kunnen voelen.’

De naaste vasthouden
‘Naasten van bewoners zetten zich vaak actief in voor hun dierbare. Toch is gestructureerd beleid voor het blijvend betrekken van naasten zeldzaam. En het beleid dat er is, is ad hoc en vooral gericht op wat mensen ‘moeten’ in plaats van op wat familieleden en vrienden willen. Medewerkers hebben absoluut het beste voor met bewoners, maar hun relatie blijft organisatorisch en functioneel van aard. Naasten hebben een andere, liefhebbende en emotionele band. Daarom is het zo belangrijk dat medewerkers met hen in gesprek gaan. Uiteindelijk streven ze allemaal hetzelfde na: de bewoner zo prettig mogelijk laten voelen in een vervangende thuissituatie.’

Praktische tips
‘In de gids geven we praktische tips voor naasten en medewerkers om te zorgen dat bewoners op hun eigen manier blijven leven. Vooral rond communicatie is veel vooruitgang te boeken. Medewerkers weten bijvoorbeeld wel dat meneer Jansen van muziek houdt, maar niet welke muziek. Dat is iets heel kleins, maar als ze de juiste muziek draaien, heeft dat effect op het welbevinden van meneer Jansen en op het beroep dat hij doet op de zorgorganisatie. En ook naasten kunnen handreikingen gebruiken. Mensen die hun moeder zien dementeren, hebben met een hele andere moeder te maken. Ze weten daar niet mee om te gaan en kunnen van streek raken. Verzorgenden kunnen hen helpen door praktische tips te geven: foto’s bekijken, wandelen, een spelletje spelen, voorlezen, sommige dementerenden zijn nog heel goed in kruiswoordraadsels, enz.’

‘Natuurlijk geven verzorgenden tips, maar dat gebeurt ad hoc. Bovendien is het bezoek in zorginstellingen vaak anoniem en onzichtbaar. Het contact bestaat uit niet meer dan een begroeting en een kop koffie. Wij willen met onze handreikingen de uitwisseling tussen verzorgenden en naasten structureren en meer vanzelfsprekend maken. Vooral die vanzelfsprekendheid is belangrijk. Wie bij zijn ouders komt, pakt gewoon een koekje uit de koektrommel zonder toestemming te vragen. Dat moet ook zo vanzelfsprekend zijn voor bezoekers in zorginstellingen. Nu denken ze te vaak: ik zal dat wel niet mogen. Of: ze hebben het al druk genoeg. Bezoekers willen misschien een spelletje spelen, maar durven het niet te pakken of weten niet waar het ligt. En de informatiemappen bevatten vooral functionele informatie over hoe de organisatie werkt. Praktische informatie die de zorg kan verbeteren, staat er niet in. Zoals waar de spelletjes liggen of wat de risico’s (vallen, uitdroging, decubitus enz.) zijn bij het ouder worden.’

Bondgenoten in de zorg
‘Met onze handreikingen kunnen verzorgenden en naasten bondgenoten worden in de zorg. In sommige zorginstellingen pakken ze dat goed op, maar nog te vaak niet omdat de organisatie risico’s wil vermijden. We krijgen veel ‘stel dat’ vragen. Stel dat dit gebeurt en dat gebeurt. Maar de mensen die we verzorgen verkeren in de laatste fase van hun leven. Dan gaat het toch vooral om (kwaliteit van) leven toe te voegen aan de dagen in plaats van dagen toe te voegen aan het leven? Bovendien kun je ook waarborgen inbouwen. Zo mogen bezoekers uit veiligheidsoverwegingen alleen hun eigen naaste helpen met eten, terwijl ze best meer mensen willen helpen. Dat kan door de gevolmachtigden om toestemming te vragen daarvoor of door bewoners een placemat te geven met praktische informatie over wat zij eten en hoe zij het beste geholpen kunnen worden.’

Variatie moet blijven
‘In kleinschalige groepswoningen is de samenwerking met naasten vaak vanzelfsprekender. Dat komt deels omdat er minder personeel is en de hulp meer nodig is. Maar het komt ook doordat er minder rekening gehouden moet worden met het groter geheel. ’s Avonds eten is gemakkelijker te regelen in kleinschalige zorg waar zelf gekookt wordt dan in een grootschalige instelling met een centrale keuken. Toch pleiten we niet voor alleen kleinschalige zorg. We willen juist de mix behouden zodat er voor ieder mens passende zorg is. Sommige mensen willen juist slapen op een tweepersoonskamer.’

Drie pilots
'De gids is gebaseerd op drie pilots: Innoforte in Velp, Nieuwe Maas in Vlaardingen en Karveel in Egmond aan Zee. Die pilots laten zien wat mogelijk is als naasten actief betrokken worden bij de zorg. Bij Karveel bijvoorbeeld maakten de familieleden samen een plan om de tuin en de inrichting van de woonkamers aan te pakken en gezellig te maken. Ze hebben een nieuwsbrief gemaakt en samen met de verzorging gezorgd dat er nu ’s avonds warm gegeten wordt wanneer meer mensen kunnen komen helpen. Dat is allemaal vanuit de familie gekomen, maar wel toegejuicht en gefaciliteerd door de organisatie. Want wat we ook hebben geleerd is dat familie heel veel kan doen, maar alleen als de organisatie er open voor staat en open informeert en communiceert.'

De gids is aan te vragen via info@publicarea.nl tegen vergoeding van de kostprijs van 12,50 euro.

  De gids Thuis voelen is genomineerd voor de Agis Zorgverbeteraarsprijs 2009. Lees hier meer

Reacties opdit interview

Uw reactie

Naam
Leeftijd jaar
Onderwerp
Reactie
verzenden



print